Ode aan de vulpen
door E. Tuyl uit Den Haag
<<vorige


Ik voed je met donkere dranken,
Dompel je in lauwe baden,
Wrijf je met zachte doeken.
Geschenk van mijn vader,
Wonder van volgzaamheid;
Ik koester je.

Meegaand, maar niet van meet af aan.
Het pantsertje van emaille,
Je flitsende punt van goud,
Ze gaven zich pas na een kort handgemeen.
Brak ik je met mijn krachtige poot, het leren huisje?
De trots waarmee ikje tevoorschijn haal?

Of was het mijn bestaan
Dat zich in jou verlengt?
De pieken waarover ik je laat scheren,
De dalen waarin ik op je rust,
De grappen die we delen,
De grieven de we op afstand zetten?

Je geeft mijn letters extra zwier,
Glans bij vlagen zelfs.
Je bedeelt een punt
Met een imponerende vastberadenheid,
Een royale haal:
De hoofdletter getuigt mijn liefde.

Doet het je wat te weten dat je tranen hebt getrokken,
Glimlachen hebt getoverd,
Het lot hebt bezegeld?
En vermoeit het je niet,
Die zielenroerselen en
De klamme druk van mijn palm?

Ik koester je.
Niet als een ruiter een paard een loper een schoen een moeder de wagen.
Maar dieper, verder, breder.
Van krabbels en groeten, notities, traktaten, testamenten, contracten, correcties tot
Punten, komma's en een haakje sluiten.
Van banale boodschappenbrieijes tot de ondenkbare hevigheid van de grafrede.

Je slooft. Je slijt.
Alles kun je aan, kan ik aan met jou.
En hoewel je nu de lofzang dient waarmee je je alleenrecht kunt verspelen,
Blijft je thuis dat kleine vakje,
Binnen handbereik, dat veilige zakje
Bovenop mijn hart.

<<vorige
deze pagina is het laatst gewijzigd op 13-07-2001
aanbevolen internet Explorer 5.0 minimale schermresolutie 800 x 600
Copyright & Copy Paul Rutte webmaster