|
In de eerste plaats mijn excusses voor het feit dat ik op uw eerste oproep,
om mijn e-mail adres aan u door te geven, niet heb gereageerd.
De reden daarvoor is eigenlijk heel simpel.
Ik heb geen e-mail adres.
Nog sterker, ik heb niet eens een computer.
Reden te meer om met de hand te schrijven,
of gebruik te maken van een 20 jaar oude electrische typmachine.
Hoe lang ik dat nog kan volhouden weet ik niet.
Waarschijnlijk valt er over een paar jaren i.p.v. een dik telefoonboek
een schijfje door de brievenbus,
en voor een spoorboekje zal je dik moeten betalen,
terwijl je een schijfje voor bijna niets krijgt.
Maar tot nu toe ben ik zonder computer een gelukkig mens,
een tot de hoogtepunten in mijn huidige baan als vutter
mag ik het lezen van een nieuwe Pen Plus of Pen Magazine
onder het genot van een glaasje wijn en klassieke achtergrondmuziek rekenen.
Wat een weelde!
Vulpennen fascineren mij al vanaf mijn jeugd.
Geboren en getogen in Wenen,
moest ik natuurlijk een muziekinstrument leren bespelen.
Dat werd de piano.
Dus vanaf 1948, ik was toen 10 jaar oud,
reed ik een keer per week met de tram naar een pianoleraar in het centrum
van de stad.
De weg naar huis legde ik meestal voor een deel lopend af,
en daarbij passeerde ik de grootste weense winkelstraat, de Mariahilferstrasse.
En daar was ook een grote vulpennenzaak gevestigd.
Op de winkelpui stond in prachtige neonletters de naam van de zaak, namelijk,
Der Füllfederköning, en in de plaats van de twee streepjes boven
de o
was er een goud/geel-kleurig kroontje aangebracht.
Prachtig hoor!
Staande voor de prachtig verlichte etalage raakte ik snel geboeid van
al dat moois.
Hoewel in die jaren de meeste pennen echte gebruiksvoorwerpen waren,
was er ook al in zekere mate sprake van collectors items.
De Parker 51 van toen is een van de meest begeerde vulpen.
Ook ik vond hem prachtig,
en enkele jaren later mocht ik mij ook trotse bezitter van een 51 noemen.
Maar toen ik, het moet tegen Kerstmis '52 of '53 geweest zijn,
de groengestreepte Pelikan, nu M 400-800, in de etalage zag liggen
was ik helemaal verkocht.
De 51 ben ik kwijtgeraakt, daarna werd het een mooie Tempo, een weens
fabrikaat.
De Pelikan, nog altijd een van mijn favorite pennen, heb ik nooit bezeten.
Zo ben ik geboeid geraakt door vulpennen, en nu, 50 jaar later ben ik
dat nog steeds.
Geen etalage met vulpennen wordt overgeslagen, en mijn vrouw
kan geen grotere zonde begaan dan mij bij het lezen van eerder genoemde
tijdschriften te storen.
Zij kan gewoon niet begrijpen dat ik in zo'n stel "plastic of metaal"
een kunstvoorwerp in optima forma zie.
Maar goed, iedere man heeft zijn zwakheden,
en bij het zien van vulpennen wordt ik nou eenmaal zwak.

|