|
De vulpen
Un salut d'hommage
De franse componist
Eric Satie zei het ongeveer een eeuw geleden.
Onze muziek is als een trein die maar één doel kent:
in volle vaart op het eindstation af.
In dit tempo staan we er niet bij stil
wat elk ogenblik telt.
Satie heeft
niet kunnen vermoeden dat zijn opmerking een veel bredere strekking zou
krijgen.
Nu kennen wij een andere snelweg,
gericht op het zenden van informatie, de elektronische snelweg.
Direct en snel.
Tijd en afstand spelen geen rol meer.
De informatiemiddelen van weleer worden op de achtergrond gedrongen.
De technologie kan het werk beter aan.
Ze is niet meer weg te denken uit onze samenleving.
Maar hoe komt
het toch
dat de vulpen desondanks zich mag verheugen in belangstelling
en hechte sympathie van velen?
Ik herinner
me de tijd dat er nauwelijks vulpennen waren.
Ze waren er voor een kleine groep.
Ik was in 1938 op bezoek bij de dokter.
Verontwaardigd kwam ik thuis.
Bij de dokter op het bureau liggen drie vulpennen.
Ik begreep daar als jochie niets van.
Aan één pen had je toch genoeg.
bij ons glipte de luxe ook naar binnen.
Er kwam één vulpen, die wij als kinderen met groot ontzag
bekeken.
Het was een eenvoudige Swan.
De waarde ervan werd in gesprekken met andere kinderen vertienvoudigd.
We waren apetrots.
Vader heeft een vulpen.
Later heb ik met die vulpen mijn huiswerk gemaakt,
als mijn vader niet bezig was met zijn administratie.
De vulpen kwam
in opmars.
Correspondentie, administratie, brieven schrijven.
Het grote voordeel
boven de losse pen - nu vergeten - is
dat je de inktpot kan laten staan.
Geen vlekken op het papier.
De inkttoevoer blijft regelmatig.
De vulpen stimuleerde
het brievenschrijven.
Talloos waren de gezinnen waar ouders en kinderen
bij uithuizigheid regelmatig elkaar schreven.
De vulpen was bij de communicatie op afstand
het hulpmiddel bij uitstek geworden.
Concurrentie
kreeg de vulpen van de ballpoint,
die de functie heeft gekregen van Quick Boy,
altijd bij de hand, altijd paraat voor de snelle notitie,
in grote hoeveelheden rondom je aanwezig.
De functie van
de vulpen is een andere geworden.
De blijvende populariteit van de vulpen is toe te schrijven
aan eigenschappen die de moderne aparatuur lastig vindt.
De vulpen heeft geen snelheid, is zelfs traag,
blijft a.h.w. op het papier hangen.
Dat is zijn sterke kant.
Hij heeft daardoor intenser contact met de pennenvruchten.
Wij moeten handelingen verrichten die voortdurende aandacht
en belangstelling vragen zoals letters schrijven, begrippen
en zinnen wel doordacht aan het papier toevertrouwen.
Wij houden even op, we komen op adem.
Gaan wij wel de goede weg?
De schrijver neemt de tijd, hij houdt van zijn ogenblikken,
kan zich geheel concentreren op het schrijven,
op het onderwerp, niet opgehitst door tempo en haast.
Dan ontwikkelt
zich de capaciteit zich te vereenzelvigen met het onderwerp,
met de persoon met wie hij schrijfcontact heeft,
met de figuren in het verhaal.
Er ontstaat een emotionele binding.
De vulpen geeft
dus de gelegenheid na te denken, opnieuw te beginnen,
nieuwe gedachten en gevoelens toe te laten.
Vaak overkomt mij tijdens het schrijven
dat het verhaal ontstaat.
Onvermoede perspectieven openen zich.
Dit zijn momenten die meer waard zijn dan een reis naar Italië.
Het zou interessant
zijn een congres van vulpenschrijvers te beleggen.
Dat wordt een bijzondere vertoning.
Je kunt dan kennismaken met mensen die nog iets ambachtelijks hebben,
die werken met een schrijfinstrument.
Micro-figuren, met aandacht voor het detail,
de vechters op vierkante centimeters.
Mensen, die er schik in hebben bij een onderwerp te zijn,
bij dat onderwerp te blijven en dan pas naar een ander onderwerp te gaan,
als het verblijf bij het vorige onderwerp echt zijn einde heeft bereikt.
Vanuit die houding praat hij met zijn lezers.
Hij laat zijn lezers zien wat hij ziet.
Niets laat hij onbesproken.
Zo is de echte vulpenschrijver.
Je voelt het.
Hij is er.
Hij is er helemaal.
Op dat congres
wordt het in ieder geval gezellig.
Iedereen gaat met iedereen aan de praat.
De deelnemers hebben iets te vertellen,
een verhaal dat na getob op het papier is terechtgekomen.
Een paar jaar
geleden greep ik in mijn binnenzak om mijn vulpen te pakken.
Mis, weg was de vulpen.
Hij is nooit teruggekeerd.
Jammer, jammer.
Er volgden moeilijke dagen.
Toen werd het mij goed duidelijk.
Ik was aan mijn vulpen gehecht geraakt.
De pen was meer dan een pen geworden.
De pen was mijn pen geworden.
Een huisvriend.
Ik mis hem nog
steeds.
Dat heb je met een vulpen.

|