De resultaten van de actie "Terug naar de schoolbank"!

Langzaam liep ik door het dunne laagje sneeuw dat zich op de grond had gevormd. Hier en daar scheen er een stukje donkere straattegel doorheen. "Ga nou maar", had mijn moeder gezegd. " Als je thuis komt is opa Karel er. Ik hield niet van school. De kinderen om mij heen deden wel aardig, maar als ze in het speelkwartier een spelletje deden, zoenenpakkertje of springtouwen, dan stond ik toch liever verderop om naar de eenden te staren. Ik schopte tegen een roestig blikje aan. De donkere deur kwam steeds dichterbij. Hij piepte toen ik ertegenaan duwde. Mijn klaslokaal was boven, één trap op en dan de eerste deur rechts.

Iedereen was al binnen. Ze schreeuwden door elkaar. Ik hield mijn handen voor mijn oren. Ik zat achterin de klas, naast Claire. Achter ons hing een poster van een grote pandabeer, kauwend op een bamboe-stokje. De leraar kwam binnen. Zijn grijze haar hing een beetje voor zijn ogen, maar zijn snelle blikken die vanachter zijn brilletje kwamen misten nooit iets. Ogen voor details. Ik merkte direct dat er vandaag iets anders was dan andere maandagochtenden. Hij droeg een grote bruin-zwarte doos onder zijn arm. "Vandaag krijgen jullie van mij jullie allereerste vulpen". Zijn ogen kon je zien glinsteren achter het glas en de haren. Mijn klas bleek niet onder de indruk. Claire gaapte, "wij hebben gisteren onze tweede computer gekocht". Onverstoorbaar deelde de leraar de pennen uit. Blauw met geel plastic en een klik als je de dop eraf deed. De vulling vond ik net zo interessant als de pen zelf. Hij werd afgesloten door een klein, doorzichtig balletje. De leraar had een tekst op het bord gezet, zo krullerig als alleen hij kon doen. De schriften werden tevoorschijn gehaald. Ik las de eerste regel. "Kees en Wim liepen op de stoep". Ik wilde wel, maar het lukte me niet om de regel in mijn schrift te krijgen. Mijn blik voer naar buiten. Ik kon een klein stukje sloot zien. Tegen de tijd dat de bel ging was mijn halve pagina vol. Het ging over Lang-oog. Zo had ik een eend uit de sloot genoemd, omdat er iets onder zijn oog zat dat het donkere speldenknopje leek te verlengen. Iedereen rende het klaslokaal uit. Ook Bas. Maar net voordat hij bij de deur was draaide hij zich om. Hij gaf een flinke trap tegen de tafel waar ik zat. Ik liet de vulpen vallen en de inkt vloeide over het net beschreven papier. Ik hoorde Claire giechelen. Daarna was het stil. Iedereen was naar buiten. De bladzijde werd nog donkerder door een schim boven mij. De leraar was naast mij komen staan. Hij boog zich over het schrift. "Dit was niet de tekst van het bord hè?" Hij keek streng. "Nee", fluisterde ik. Tranen vielen in de vlek inkt. De inkt werd er lichter van. Terwijl de leraar uit het raam keek, begon hij te vertellen. Over zijn jeugd, zijn klasgenoten, zijn familie. Over hoe eenzaam hij altijd was geweest. Totdat hij een vriend had gevonden: zijn vulpen. Hij liet me gedichten lezen. Ik was de eerste die ze las, zei hij. Het krulerige handschrift was op papier nog veel mooier. De bel ging. De klas stroomde weer vol. Nog wreef ik met mijn wollen trui langs mijn rode ogen. De leraar glimlachte, maar dat zag je alleen als je echt goed keek. Het was een lach, alleen voor mij bestemd. "En, hoe was het op school?", vroeg mijn moeder. "Goed", zei ik. Opa Karel liep naar me toe en zoende me op mijn neus. Hij nam me mee naar zee. Grote passen en een stevige hand die de mijne omklemde. De zee zag net zo blauw als de inkt, vermengt met mijn tranen. Toen wist ik het zeker: ik zal mijn hele leven blijven schrijven.

Martine Waanders Den Haag


 

 

deze pagina is het laatst gewijzigd op 9-09-2007
aanbevolen internet Explore 6.0, minimale schermresolutie 800 x 600
Alle teksten en foto's Copyright © 2001-2007 Paul Rutte - alle rechten voorbehouden -